Nieuws augustus 2022

Administratieve verplichtingen

De ontvanger van de belastingen heeft in beginsel een zogeheten bodemrecht. Dat betekent dat de houder van een pandrecht op een zaak, die zich bevindt op de bodem van een belastingschuldige, deze zaak niet zomaar mag wegnemen. Hij zal eerst de ontvanger daarover moeten inlichten en daarna vier weken moeten wachten. Maar de ontvanger moet terughoudendheid betonen bij het uitoefenen van zijn bodemrecht als een derde de reële eigendom van een bodemrecht heeft. Deze situatie doet zich voor bij operational lease. Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de omstandigheid dat het restwaarderisico van het leaseobject bij de lessor blijft erop wijst dat sprake is van operational lease. Dat de restwaarde en de fiscale kostprijs niet in de leaseovereenkomst is opgenomen, is daarbij niet van belang.

Let op!
Andere voorwaarden voor het tonen van terughoudendheid bij het uitoefenen van het bodemrecht zijn dat de lessor de juridische eigendom van het leaseobject heeft en dat hij zich gedraagt als de eigenaar van dat object.

Een bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag loonheffingen belandt bij de inspecteur van de belastingen en niet de ontvanger. De bestuurder kan in zijn bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag wel melden dat hij verwacht dat het lichaam de belasting niet kan betalen, dat is nog geen rechtsgeldige melding van betalingsonmacht. Tenzij hij alsnog tijdig een melding betalingsonmacht doet toekomen aan de ontvanger, dreigt hij tegen de bestuurdersaansprakelijkheid aan te lopen.

Let op!
Als een bestuurder niet aannemelijk maakt dat hem niet valt te verwijten dat geen melding betalingsonmacht is gedaan, mag hij niet proberen te bewijzen dat de betalingsonmacht niet zijn schuld is.

Soms kan een bepaalde handeling, bijvoorbeeld het gebruik van een valse koerslijst bij het indienen van de aangiftes BPM, leiden tot zowel een fiscale procedure als een strafzaak. De strafrechter kan bij het bepalen van de strafmaat kijken naar het bedrag waarvoor de verdachte de staat heeft benadeeld. Bij een benadelingsbedrag van minder dan € 70.000 legt de strafrechter in principe geen celstraf op. Maar bij een benadelingsbedrag van € 70.000 tot € 125.000 riskeert de verdachte vijf tot negen maanden gevangenisstraf. Bij een benadelingsbedrag tussen de € 125.000 en € 250.000 dreigt een gevangenisstraf van negen tot twaalf maanden. Rechtbank Noord-Nederland zag in deze extra spanning reden om de immateriële schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn te verhogen van € 2.000 naar € 3.000.

Academy

Eigenaar of medewerker van een accountants- of administratiekantoor?
Maak dan kennis met onze actualiteitensessies en/of intervisiebijeenkomsten.

Acta Synergia logo

(033) 303 4200
info@actasynergia.nl
Ds. Kuypersstraat 16S Nijkerk