Fiscaal & overig nieuws

Fiscaal nieuws

De Eerste Kamer heeft de meeste wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2024 aangenomen. Tot de aangenomen wetsvoorstellen behoren onder meer het Belastingplan 2024 zelf, de Overige fiscale maatregelen 2024, de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtspersonen en de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024. De Eerste Kamer heeft het voorstel Wet fiscale klimaatmaatregelen industrie en elektriciteit verworpen.

Ook de Fiscale verzamelwet 2024 is aangenomen. Dit wetsvoorstel bevat onder andere de verplichting om giften in natura van meer dan € 10.000 per fiscale partner te onderbouwen met een taxatierapport.

De Landelijke Landbouwnormen 2023 zijn beschikbaar. Hierin staan de normbedragen voor 2023 voor de meest gangbare kostenposten, en voor bepaalde bedrijfsmiddelen en voorraden voor agrarische bedrijven. Deze normen gelden alleen voor ondernemers en alleen voor agrarische activiteiten in Nederland.

Ondernemers moeten de normen gebruiken om de jaarwinst van het bedrijf te bepalen en aan te geven in de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Vennootschapsbelastingplichtige lichamen kunnen onder voorwaarden de Belastingdienst verzoeken om hen aan te merken als een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting. De inspecteur beslist bij beschikking op zo’n verzoek. Als hij dit verzoek afwijst, kan het lichaam in bezwaar en beroep gaan tegen deze afwijzing. Maar in de praktijk komt het ook voor dat de inspecteur volledig tegemoet komt aan het verzoek tot het aangaan van een FE, terwijl het lichaam later merkt dat het toch niet de FE wil zoals die in de beschikking staat vermeld. Ook in dat geval kan het lichaam in bezwaar en beroep gaan tegen die beschikking. Op die manier kan het lichaam fouten, gemaakt in het eerdere verzoek, herstellen. Dit blijkt uit een kennisgroepstandpunt van de Kennisgroep formeel recht.

Voorbeelden van fouten in het verzoek zijn het per abuis aanvragen van een FE-vennootschapsbelasting in plaats van een FE-omzetbelasting en fouten in de ingangsdatum. Maar het is ook mogelijk dat de lichamen hebben verzocht om de beëindiging van een fiscale eenheid en daar later toch weer op terugkomen.

Bij de verkrijging van een deel van een woning in het kader van een verdeling van een gemeenschap tussen samenwoners kan een vrijstelling van overdrachtsbelasting gelden. Maar dan moet de ene partner minstens gerechtigd zijn tot 40% van de woning, terwijl de ander tot maximaal 60% is gerechtigd. Uit een uitspraak van rechtbank Noord-Holland blijkt dat bij deze toets niet alleen de juridische eigendom van belang is. Stel dat de ene partner aan de ander geld heeft geleend om de woning te verwerven of te onderhouden. De vordering is afhankelijk van de waardeontwikkeling van de woning. In die situatie vormt die vordering economische eigendom van de woning van de ene partner. Door de combinatie van juridische en economische eigendom kan het aandeel in de woning van die partner meer dan 60% zijn. Hij heeft dan dus geen recht op de vrijstelling van overdrachtsbelasting.

Ook bij de verkrijging van een woning via certificaten van een zelf opgerichte stichting is men overdrachtsbelasting verschuldigd.

De Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting heeft een standpunt ingenomen met betrekking tot de volgende situatie. Een bv koopt (eigen) aandelen in van meerdere, natuurlijke personen die in het buitenland wonen. De ingekochte aandelen betreffen belangen van minder dan 5%. In verband met deze inkoop van aandelen houdt de bv dividendbelasting in en draagt deze dividendbelasting af. Stel dat de desbetreffende belastingverdragen Nederland niet beperken in het heffingsrecht over deze inkoop van aandelen, maar de verdragen voorzien wel in een recht op verrekening in de woonstaat. In de woonstaat is de dividendbelasting echter slechts te verrekenen voor zover die ziet op het subjectieve voordeel dat de betreffende aandeelhouder geniet. Daardoor kunnen die aandeelhouders de Nederlandse dividendbelasting in hun woonstaat niet volledig verrekenen. De aandeelhouders verzoeken vervolgens om een teruggaaf van dividendbelasting voor het niet-verrekende bedrag in de woonstaat. De vraag is of men bij de berekening van een teruggaaf van dividendbelasting rekening moet houden met een gedeeltelijke verrekening van de dividendbelasting in de woonstaat van de aandeelhouder. De kennisgroep hanteert het standpunt dat de Belastingdienst geen teruggaaf verleent als de aandeelhouder voor het voor teruggaaf in aanmerking komende bedrag aan dividendbelasting op grond van een belastingverdrag recht heeft op volledige verrekening in zijn woonstaat.

Een gedeeltelijke verrekening van dat bedrag staat niet aan teruggaaf in de weg en vermindert evenmin het terug te geven bedrag.

Ontvangt iemand een vergoeding voor werkzaamheden voor een bv waarvan de aandelen in handen zijn van een stichting die hij heeft opgericht? En houdt hij via de stichting het economische belang in de bv? Dan vormt de arbeidsvergoeding in principe belast loon. Dit blijkt uit een recente uitspraak van rechtbank Gelderland.

Het economisch belang van de directeur in de bv kan bijvoorbeeld blijken uit leningen die de bv (tegen onzakelijke voorwaarden) verstrekt aan de dga.

Als een IB-ondernemer liquide middelen in zijn onderneming aanhoudt, terwijl deze liquide middelen geen functie in het bedrijf hebben, is sprake van overtollige liquide middelen. De Belastingdienst merkt zulke overtollige liquide middelen aan als box 3-vermogen. Het wettelijk stelsel van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022, vóór de Wet rechtsherstel box 3, was echter in strijd met de Europese mensenrechten. Dat betekent dat over die jaren ook te veel box 3-belasting is geheven over overtollige liquide middelen van IB-ondernemingen. In een zaak voor hof Den Haag had een ondernemer hier ook mee te maken. Bovendien heeft hij aannemelijk gemaakt dat de fiscus de overtollige liquide middelen te vroeg tot zijn box 3-vermogen heeft gerekend. Daarom verlaagt het hof het box 3-inkomen van de ondernemer over de jaren 2017 en 2018. Hoewel een compensatie voor misgelopen rente niet mogelijk is volgens de Nederlandse belastingrenteregeling, kent het hof de ondernemer een rentevergoeding toe op basis van het rentepercentage voor de belastingrente.

Als de liquide middelen gedurende het jaar overtollig worden, vallen ze pas in het daaropvolgende jaar in box 3.

Het demissionaire kabinet heeft gestreefd naar een zo effectief en efficiënt mogelijke inrichting van de controle en het toezicht op de heffing en inning van motorrijtuigenbelasting (MRB). Volgens dit kabinet is het efficiënt om daarbij mede gebruik te maken van camerabeelden die gemaakt zijn op de openbare weg. Van deze camera’s is volgens de minister van Financiën vast komen te staan dat aan alle efficiëntie-eisen op het gebied van privacy, beveiliging en kwaliteit wordt voldaan. Ook de Belastingdienst meent dat het toezicht op de naleving van de Wet MRB 1994 op een effectieve en proportionele wijze plaatsvindt. Dat komt ook door het verwerkingsproces van de camerabeelden zodanig in te richten dat camerabeelden die niet relevant zijn, zo snel mogelijk worden vernietigd.

De locaties van deze camera’s kenmerken zich door het feit dat er sprake is van intensieve verkeersstromen en een behoorlijke spreiding over het land. De locaties zijn nader beschreven in Staatscourant 2023, 34995.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen partijen tot tien dagen vóór een zitting nadere stukken indienen. Maar de termijn van deze wetsbepaling is volgens rechtbank Oost-Brabant geen harde grens. Dat komt doordat de 10-dagentermijn voortvloeit uit het beginsel van hoor en wederhoor en uit het belang van een goede procesorde. Daarom moet een rechter het toelaten van stukken, die te laat maar meer dan tien dagen vóór de zitting zijn ingediend, toetsen aan de goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor. Als de wederpartij door het toelaten van zulke stukken wordt geschaad in zijn procesbelang, mag de rechter die stukken niet in behandeling nemen, aldus rechtbank Oost-Brabant.

In de desbetreffende zaak heeft de rechtbank stukken buiten beschouwing gelaten die uiteindelijk ruim zeven maanden na het verstrijken van de verlengde termijn waren ingediend. Voor deze termijnoverschrijding bestond geen goed excuus. Ook dit speelde mee bij het buiten beschouwing laten van de stukken.

De Kennisgroep invordering en civiel recht heeft vragen beantwoord over de conserverende aanslag bij pensioenaanspraken. De kennisgroep stelt dat het mogelijk is om bij een conserverende aanslag per subonderdeel van een inkomensbestanddeel uitstel van betaling te verlenen en zekerheid te vragen. De te hanteren voorwaarden voor het eventuele uitstel van betaling zijn afhankelijk van het soort te conserveren inkomen. Maar de eis dat men voor bepaalde conserverende aanslagen schriftelijk moet verzoeken om uitstel van betaling en zekerheid moet stellen, is deels in strijd met het recht op de vrijheid van vestiging bij emigratie naar een andere EU-lidstaat. Daardoor kan de ontvanger in deze gevallen niet eisen dat de belastingschuldige om uitstel van betaling verzoekt voor de betreffende belasting en evenmin dat daarvoor zekerheid wordt gesteld.

Volgens de Leidraad Invordering 2008 moet de fiscus uitstel van betaling recht evenredig behandelen en verlenen aan het aandeel van het betreffende inkomensbestanddeel in de grondslag van de geconserveerde belasting.

Hof Amsterdam heeft uitspraak gedaan in een zaak waarin een btw-ondernemer een cultureel podium met een groot en gevarieerd aanbod van voorstellingen exploiteert. De bezoekers betalen altijd één bedrag voor de voorstelling, het gebruik van de garderobe, de verstrekking van een pauzedrankje en de reserveringskosten. De ondernemer meent dat de verstrekking van (alcoholische) pauzedranken onder het verlaagde btw-tarief valt. Volgens de ondernemer is namelijk geen sprake van een zelfstandige prestatie. Hof Amsterdam is het daarmee eens. Het verstrekken van pauzedrankjes is een bijkomende prestatie die het bezoeken van de voorstelling aantrekkelijker maakt. Een gemiddelde bezoeker ziet het pauzedrankje niet als een aparte prestatie, en komt niet mede naar de voorstelling om een pauzedrankje te drinken. Ook is er sprake van één totaalprijs waarbij men altijd betaalt voor het drankje. Bovendien kunnen alleen bezoekers een pauzedrankje nemen.

Aangezien er sprake is van één prestatie, kan de inspecteur geen onderscheid maken naar tarief, ook al is dit in theorie mogelijk.

Heeft de Belastingdienst een uitspraak op een bezwaarschrift niet aangetekend verzonden en naar een verkeerd adres gestuurd? Dan begint de beroepstermijn in principe pas te lopen zodra de belastingplichtige alsnog de uitspraak op bezwaar ontvangt. Volgens hof Den Haag maakt het niet uit dat de uitspraak ook per e-mail is verzonden. De verzending per post is namelijk beslissend.

Als een ondernemer is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (KvK), kan hij een adreswijziging doorgeven aan de KvK. Vervolgens geeft de KvK de wijziging door aan de Belastingdienst.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft de nieuwste Milieulijst voor milieuvriendelijke investeringen met belastingvoordeel flink aangepast. Ondernemers krijgen bijvoorbeeld geen belastingvoordeel meer voor investeringen in vervoersmiddelen met een fossiele brandstofmotor inclusief hybride en ‘dual-fuel’-varianten. Om belastingvoordeel te krijgen, is het gebruik van biomassa als grondstof in 2024 niet meer mogelijk. Verder krijgt een aantal bedrijfsmiddelen door Europese regelgeving minder belastingvoordeel. Ook is er geen belastingvoordeel meer voor bepaalde types stikstof verminderende verwarmingsketels. Ondernemers krijgen belastingvoordeel voor duurzame gebouwen met een industriefunctie van maximaal 30.000 m2 bruto vloeroppervlak.

Voorbeelden van bedrijfsmiddelen die nieuw op de lijst staan, zijn mechanische bestrijdingsapparatuur voor plagen in land- en tuinbouwgewassen en apparatuur voor het verminderen van ammoniak- en methaanemissies tijdens het uitrijden van dierlijke mest. Maar ook een tapsysteem voor water en frisdranken, bedoeld voor het verminderen van het gebruik van wegwerpverpakkingen en stikstof verminderende installaties voor een crematieoven staan nu op de lijst.

In een zaak voor rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een vrouw met haar echtgenoot een onderneming in de vorm van een maatschap en commanditaire vennootschap gedreven. Zij heeft haar woning op 1 januari 2018 aangemerkt als (buitenvennootschappelijk) ondernemingsvermogen. Nadat op 20 juni 2018 het besluit ‘waardering woning bij overbrenging van ondernemingsvermogen naar privévermogen’ is gewijzigd, wilde de vrouw de woning aanmerken als privévermogen. Vervolgens claimde zij in haar aangifte IB/PVV 2018 een verlies van € 75.751 in verband met de overbrenging naar privé. Maar de Belastingdienst heeft dit verlies volgens de rechtbank terecht gecorrigeerd. Er was namelijk geen aanleiding om de woning alsnog als privévermogen aan te merken. Heretikettering is alleen mogelijk als er sprake is van bijzondere omstandigheden. De vrouw maakt niet aannemelijk dat zij begin 2018 een andere keuze zou hebben gemaakt als het nieuwe besluit al zou hebben gegolden.

Voor woningen geldt de algemene regel dat sprake is van keuzevermogen als de ondernemer de woning voor minstens 10% zakelijk en voor minstens 10% voor privédoeleinden gebruikt. Anders is sprake van verplicht privévermogen of verplicht ondernemingsvermogen.

Stel, een vennootschap koopt vastgoed in het buitenland en boekt de aankoopprijs af op een eerder gevormde herinvesteringsreserve (HIR). De vastgoedactiviteiten in het buitenland vormen een vaste inrichting. De vraag is dan of bij de berekening van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten de vrijval van de HIR ook onder de objectvrijstelling valt. Volgens rechtbank Zeeland-West-Brabant is dit niet het geval als de HIR is ontstaan bij de uitoefening van een onderneming in Nederland. Voor toepassing van de objectvrijstelling moet sprake zijn van winst die toerekenbaar is aan de buitenlandse vaste inrichting.

Zolang de vennootschap de met Nederlandse ondernemingsactiviteiten gevormde HIR aanhoudt, is niet te zeggen dat zij heeft opgehouden uit haar onderneming in Nederland belastbare winst te genieten. Dit reserveren heeft immers tot gevolg dat boekwinst ter zake van in Nederland gelegen onroerende zaken in de toekomst nog in Nederland belastbare winst kan opleveren.

Stel dat een bv die een onderneming drijft, deze onderneming tegen een vierjarig winstrecht overdraagt aan haar enig aandeelhouder. Het winstrecht is berekend aan de hand van de waarde in het economisch verkeer van de onderneming. De aandeelhouder zet vervolgens de onderneming voort. De vraag is dan of de winstrechtverplichting voor de dga een schuld aan zijn bv is, die onder het regime van het excessief lenen valt. De Kennisgroep aanmerkelijk belang meent dat dit het geval is. Volgens de kennisgroep vormt de waarde in het economisch verkeer van de onderneming de nominale waarde van de schuld.

In beginsel merkt de Belastingdienst het deel van de schulden, aan de eigen bv dat aan het einde van het jaar de € 500.000 (bedrag 2024) overtreft, aan als een fictieve winstuitdeling.

Het kan gebeuren dat in een echtscheidingsprocedure de civiele rechter in een beschikking bepaalt dat de ene ex-echtgenoot aan de andere ex-echtgenoot een lumpsumbetaling moet doen om zijn partneralimentatieverplichting af te kopen. De ene ex-echtgenoot kan de lumpsum aftrekken als (afkoop van) partneralimentatie. Tenminste, als hij aantoont dat zijn ex-echtgenoot in ruil voor deze lumpsumbetaling heeft afgezien van verdere partneralimentatie. Staat in de beschikking van de civiele rechter dat de ene ex-echtgenoot de lumpsum moet betalen in het kader van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden? Dan is niet aannemelijk gemaakt dat met de lumpsum de alimentatieplicht is afgekocht.

Als de lumpsum en de alimentatieverplichting elk in een afzonderlijk onderdeel van de beschikking van de rechter staan, wijst dat ook op het ontbreken van een verband tussen beide onderdelen.

Sommige tussenhoudstermaatschappijen lenen geld van hun moedervennootschap om dit tegen onzakelijke leenvoorwaarden door te lenen aan de kleindochtervennootschappen. Er is dan geen sprake van bedrijfsmatig of commercieel handelen, waarbij de tussenhoudstermaatschappij streeft naar een maximaal rendement. In dat geval is de tussenhoudstermaatschappij volgens hof Amsterdam geen ondernemer voor de btw.

Volgens het hof is een mogelijk van de kleindochtervennootschap te ontvangen dividend in beginsel geen tegenprestatie in de zin van de btw.

Stel dat iemand vóór 2013 een eigen woning heeft gekocht en gefinancierd met een aflossingsvrije hypotheek. Op grond van overgangsrecht blijft hij dan zijn recht op renteaftrek behouden. Verhuist de eigenaar van de eigen woning na 31 december 2012 naar een huurwoning? En vormt deze huurwoning zijn hoofverblijf? Dan vallen zowel de eigen woning als de bijbehorende hypotheekschuld in box 3. Als de eigenaar zijn woning jaren later weer als hoofdverblijf gaat gebruiken, keren de woning en de hypotheek terug naar box 1. Het overgangsrecht is vanaf dat moment weer van toepassing. Zo luidt het standpunt van de Kennisgroep onroerende zaken.

Terugkeer naar box 1 is ook ná 2020 mogelijk, maar uiterlijk tot 1 januari 2044, omdat op dat moment het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden vervalt.

Per 1 januari 2024 is een regeling ingevoerd voor de herziening of intrekking van een beschikking 30%-regeling. Mede daarom acht de staatssecretaris van Financiën het van belang om meer duidelijkheid te scheppen voor de praktijk hoe werkgevers de gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten volgens de 30%-regeling moeten verwerken in de aangifte loonheffingen als de beschikking 30%-regeling één of meer loontijdvakken bevat die al zijn verstreken. In het op 21 december 2023 gepubliceerde Besluit correctie 30%-regeling staan de situaties en voorwaarden omschreven waarin de 30%-regeling vooruitlopend op een beschikking of een herziening is toe te passen. Dit besluit is alleen van toepassing op de hiervoor genoemde situaties. Van belang is dat voor de Wet inkomstenbelasting 2001 in de basis als loon geldt het loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting. Het toepassen van dit besluit kan dus ook invloed hebben op de verschuldigde inkomensheffing. Daarnaast kan het toepassen van dit besluit ook invloed hebben op het recht op inkomensafhankelijke regelingen.

Het Besluit correctie 30%-regeling is met ingang van 1 januari 2024 in werking getreden.

De Energielijst 2024 bepaalt welke duurzame investeringen in aanmerking komen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) in 2024. Een belangrijke aanpassing is dat niet langer bedrijfsmiddelen zijn opgenomen waarvan de terugverdientijd duidelijk korter is dan vijf jaar. Daarnaast geldt vanaf 2024 voor zonnepanelen met een elektriciteitsaansluiting voor kleinverbruikers een maximum vermogen van 55 kW. Voor ondernemers die volgens de renovatiestandaard de hoogst haalbare energieprestatieverbetering voor hun bedrijfsgebouw realiseren (A++ of A+++) geldt bovendien dat het maximum investeringsbedrag is verhoogd. Maar er zijn ook nieuwe bedrijfsmiddelen opgenomen, zoals een beregeningssysteem voor landbouwgewassen en vacuümkoelers voor bakkerijen.

Ondernemers kunnen de investeringsaftrek ook aanvragen voor bedrijfsmiddelen die niet specifiek omschreven zijn in de Energielijst. RVO toetst de investering dan onder andere op de terugverdientijd.

In een zaak voor rechtbank Gelderland is in geschil geweest of een naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd. De rechtbank constateert dat de naheffingsaanslag is opgelegd op basis van de balansschuld omzetbelasting over 2016, die is opgenomen bij de aangifte IB/PVV 2017 van een van de firmanten. Als de balansschuld juist is, moet de naheffingsaanslag ook juist zijn. En omdat de firmanten akkoord zijn gegaan met de balansschuld omzetbelasting van eind 2016, is de naheffingsaanslag eveneens correct.

Eventueel kan in een geval zoals dit een beroep op het vertrouwensbeginsel nog uitkomst bieden. Maar de inspecteur had hier geen uitspraak gedaan waarmee hij te eerbiedigen vertrouwen had opgewekt.

Wanneer inkomstenbelastingplichtigen gezamenlijk beleggen in een besloten commanditaire vennootschap (cv), roept dat vragen op over de fiscale gevolgen. De Belastingdienst heeft in een kennisgroepstandpunt (KG:202:2023:37) zijn mening gegeven over de manier waarop de vennoten hun deelgerechtigdheid of aandeel in de besloten cv moeten opgeven in hun IB-aangifte. Dit kennisgroepstandpunt ziet op de situatie dat de besloten cv geen materiële onderneming drijft. In die situatie behoort het aandeel van de vennoten tot hun vermogen in box 3. Iedere vennoot verwerkt dit in zijn aangifte door zijn aandeel in de bezittingen en schulden van de cv op te geven. Dit aandeel dient hij pro rata te berekenen. Verder verklaart de Belastingdienst dat de waardering van woningen in box 3 tegen de WOZ-waarde ook is toegestaan als men via een besloten cv in (verhuurde) woningen belegt. Onder voorwaarden is de leegwaarderatio toe te passen.

Toepassing van de leegwaarderatio is alleen mogelijk bij langdurige verhuur of verpachting van woningen, waarbij de huurder of pachter huur- of pachtbescherming geniet.

In een zaak heeft rechtbank Gelderland geoordeeld dat twee broers met de aankoop van een perceel hebben gedaan aan projectontwikkeling. Op het perceel willen de broers een bedrijfspand laten bouwen dat hun maatschap kan verhuren aan een bestaande afnemer. Volgens de fiscus vormt het perceel box 3-vermogen, maar de rechtbank oordeelt dat de broers doen aan projectontwikkeling. Daarbij moet men de werkzaamheden en kennis van de ingeschakelde bedrijven aan de broers toerekenen. De procederende broer heeft ook contact gehad met de bedrijven, en heeft ook zelf enige arbeid verricht. Ook het te verwachten rendement na de werkzaamheden is hoger dan bij normaal actief vermogensbeheer. Het rendement vóór de ontwikkeling dient men te vergelijken met het te verwachten rendement na ontwikkeling voor verhuur. Omdat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer, valt het perceel niet in box 3 maar als resultaatsvermogen in box 1.

De broers hebben ook een bedrag betaald via hun maatschap in verband met een belastingschuld die op hen is verhaald na de overdracht van een minderheidsbelang. Die betaling van de loonbelastingschuld is geen informele kapitaalstorting, aldus de rechtbank. Het is namelijk niet aannemelijk dat er in dit verband een vordering is ontstaan op een derde. Er kan ook geen sprake zijn van een verlaging van de vervreemdingsprijs omdat de verkoopovereenkomst dit uitsluit.

Overig nieuws

Economen van de ING verwachten dat de verkoop van elektrische auto’s dit jaar stagneert. Er zijn onvoldoende betaalbare modellen voor de middenklasse. Daarnaast speelt onzekerheid over de motorrijtuigenbelasting na 2025 een rol. Door het hogere gewicht van elektrische auto’s zijn autobezitters tot wel € 500 per jaar meer kwijt aan belastingen dan bij een diesel- of benzineauto. De ING verwacht dat in 2024 zo’n 370.000 auto’s worden geregistreerd, fors minder dan bijvoorbeeld in 2019. Toen zijn er nog 446.000 nieuwe auto’s verkocht. Tijdens de coronapandemie zakte de verkoop in. Dit kwam onder meer door een gebrek aan onderdelen, waardoor de levertijden opliepen. Afgelopen jaar leefde de verkoop van nieuwe auto’s wat op, wat deels kwam door een inhaalslag van het jaar ervoor. Dit jaar is die opleving alweer voorbij, verwacht ING.

Ook hangt het kostenvoordeel van elektrische auto’s gedeeltelijk samen met de mogelijkheid om thuis (of op het werk) voordelig te laden.

Naar aanleiding van een krantenartikel zijn Kamervragen gesteld aan de minister voor Rechtsbescherming. Het artikel stelt dat hof Den Haag in een zaak al een conceptoordeel klaar had voordat bepaalde camerabeelden waren bekeken. Een van de Kamervragen is daarom of dit het vertrouwen in rechtsgang ernstig schaadt. De minister meent van niet en verwijst naar een reactie van het hof. Volgens het hof hadden de partijen aanvankelijk niet om een zitting gevraagd. Het hof heeft daarom een datum voor de uitspraak aan de partijen doorgegeven. Ongeveer een week vóór deze datum hebben de partijen alsnog om een zitting verzocht. De conceptuitspraak was toen al opgesteld, maar het hof vindt dat onder de gestelde omstandigheden geen probleem. Ook stelt het hof de beelden wel tijdens het schrijven van het concept te hebben bekeken. Bovendien constateert de minister dat het niet gebruikelijk is dat rechters een conceptvonnis opstellen voordat de behandeling van een zaak is voltooid.

Wie meent dat de rechter vooringenomen is, kan een wrakingsverzoek indienen. Dit moet echter wel goed gemotiveerd zijn, want wrakingsverzoeken worden niet zo vaak toegewezen.

Volgens verschillende Nederlandse belastingadviseurs hebben verscheidene Amerikaanse multinationals in 2023 hun bedrijfsstructuur overhoop gehaald om te ontkomen aan de wereldwijde minimumbelasting, zo meldt de NOS. Multinationals moeten namelijk in principe in elk land minimaal 15% belasting betalen. Wanneer ze dat niet doen, kunnen de landen die de belasting hebben ingevoerd alsnog bijheffen tot 15% als het bedrijf ook in hun land actief is. Maar in tegenstelling tot Japan, het Verenigd Koninkrijk en veel EU-landen hebben China en de VS de wereldwijde minimumbelasting nog niet omarmd. Daarom heeft een aantal bedrijven dochters in Nederland weggehaald en onder het moederbedrijf in de VS gehangen.

Voor zusterbedrijven en moederbedrijven gaan de regels van de minimumbelasting pas volgend jaar in. Maar de verwachting is dat de VS weer druk zal uitoefenen om voor 2026 een nieuwe uitzondering in te voeren.

De hoogte van de wettelijke rente wordt bepaald bij besluit overeenkomstig de daartoe ontwikkelde vaststellingssystematiek. De wettelijke rente wordt berekend door de basisherfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank (de referentierente) te verhogen met een opslag van 2,25%, met afronding van halve procenten of meer naar boven en overigens naar beneden. De basisherfinancieringsrente van de ECB bedraagt op 31 oktober 2023 4,5%. Dit betekent per peildatum ultimo oktober 2023 een rentepercentage van 6,75 %. In overeenstemming met de vaststellingssystematiek wordt de wettelijke rente per 1 januari 2024 bepaald op 7%.

Omdat de wettelijke rente nu meer bedraagt dan 6%, zijn ouders op hun overbedelingsschulden aan hun kinderen vanaf 1 januari 2024 een enkelvoudige rente van 1% verschuldigd.

Academy

Eigenaar of medewerker van een accountants- of administratiekantoor?
Maak dan kennis met onze actualiteitensessies en/of intervisiebijeenkomsten.

Acta Synergia logo

(033) 303 4200
info@actasynergia.nl
Ds. Kuypersstraat 16S Nijkerk